Een examenprogramma is een bij wet- en regelgeving vastgelegd curriculumdocument, dat voor een vak beschrijft wat er aan het einde van het voortgezet onderwijs bereikt moet zijn om het vak met succes af te ronden. De geactualiseerde examenprogramma's beschrijven dat in termen van beheersing en/of ervaring. Het omvat in elk geval een karakteristiek en een set van eindtermen geordend in (sub)domeinen. Indien sprake is van een centraal- en schoolexamen, bevat het examenprogramma ook een verdeling van inhoud over het centraal en schoolexamen.
Actuele examenprogramma’s dragen bij aan een goede doorstroom naar vervolgonderwijs en tussen schoolsoorten en leerwegen. Ook bereiden ze leerlingen voor op hun plek in de maatschappij.
De huidige examenprogramma’s zijn jaren na hun invoering niet meer van deze tijd. Actuele kennis, inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen vroegen om een update. De nieuwe examenprogramma’s zijn daarom actueler. Daarnaast beschrijven ze concreter wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Hierdoor kunnen scholen en leraren scherpere keuzes maken in aanbod, onderwijs en toetsing/examinering. Ook is er meer aandacht voor de samenhang binnen en afstemming tussen de vakken.
Verder zijn vakdoorsnijdende thema’s geletterdheid en gecijferdheid, burgerschap, digitale geletterdheid en loopbaanontwikkeling explicieter en steviger verankerd in alle programma’s. Nieuw zijn de ervaringsdoelen, naast beheersingsdoelen, om zo een breed én kennisrijk curriculum te bouwen. Ook zijn de examenprogramma’s ontwikkeld in afstemming met de kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, waardoor er betere doorlopende leerlijnen zijn. Ten slotte zijn de nieuwe examenprogramma’s zo ontwikkeld dat de schoolexamens een duidelijke, goede positie krijgen die complementair is aan de centrale examens.
Het ministerie van OCW gaf opdracht tot het actualiseren van de examenprogramma’s en heeft de uitgangspunten en kwaliteitscriteria vastgesteld in een werkopdracht aan SLO. Vakvernieuwingscommissies van leraren, vakexperts en curriculumexperts werken, samen met met advieskringen, aan de volgende tussenproducten:
De vakvernieuwingscommissies krijgen bij aanvang een startnotitie. Startnotities per vak beschrijven de probleemanalyse, relevante ontwikkelingen in onderwijsbeleid en -onderzoek, het onderwijsveld en de samenleving in relatie tot het curriculum. De startnotities zijn opgesteld door SLO samen met vakexperts, docenten, vakdidactici en toetsdeskundigen. Na oplevering van de conceptexamenprogramma's worden de programma's met het onderwijsveld beproefd en op basis van de inzichten daaruit waar nodig bijgesteld.
Voor de vakken Nederlands, moderne vreemde talen, wiskunde (havo-vwo), maatschappijleer, Friese taal en cultuur, klassieke talen en de natuurwetenschappelijke vakken zijn de examenprogramma’s voor vmbo, havo en vwo geactualiseerd. Zes vakvernieuwingscommissies hebben in zomer 2024 samen 61 conceptexamenprogramma's opgeleverd voor Fries, klassieke talen, maatschappijleer, moderne vreemde talen, Nederlands en wiskunde havo-vwo. Begin 2025 volgden de conceptexamenprogramma's voor de natuurwetenschappelijke vakken en de startersvarianten van moderne vreemde talen havo-vwo. Vanaf 2025-2026 beproeft SLO de 61 conceptexamenprogramma’s en voor vakken met een centraal examen, de -syllabi op scholen. Dit gebeurt in afstemming en samenwerking met onder andere vakverenigingen, vervolgonderwijs, CvTE en stichting Cito. In schooljaar 2026-2027 worden de conceptexamenprogramma's voor de natuurwetenschappelijke vakken en de startersvarianten van moderne vreemde talen havo-vwo beproefd.
In september 2024 zijn daarnaast drie vakvernieuwingscommissies gestart om de examenprogramma’s van bewegen en sport, kunst en cultuur en mens en maatschappij te actualiseren. Deze drie commissies leveren in zomer 2026 actuele conceptexamenprogramma's op. In september 2025 is tot slot gestart met de actualisatie van de examenprogramma's van informatica, maatschappijkunde en maatschappijwetenschappen.
In de teams en vakvernieuwingscommissies gaan leraren, vakexperts en curriculum experts aan de slag met de actualisatie. Zij werken samen met een advieskring, die onder andere bestaat uit vakverenigingen, wetenschappers, lerarenopleidingen en andere relevante netwerken passend bij het betreffende vak. Daarnaast worden vakexperts geraadpleegd. Uiteraard worden leerlingen ook betrokken bij het actualisatieproces. SLO organiseert samen met het LAKS leerlingpanels, waarbij leerlingen reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de teams en vakvernieuwingscommissies.
Nadat de conceptexamenprogramma’s gevalideerd en in praktijk beproefd zijn, worden handreikingen opgeleverd die scholen gebruiken bij het ontwikkelen van schoolexamens. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de schoolexamens.
Als het vak ook een centraal examen kent, worden daarnaast voorschrijvende syllabi opgeleverd die de doelen specificeren die zijn toegeschreven aan het centraal examen. Deze syllabi dienen als basis voor de uitwerking van de centrale examens. Ook helpt het leraren hun leerlingen goed voor te bereiden op de examens.
Voor vakken met een centraal examen heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) bij de nieuwe examenprogramma’s nieuwe syllabi ontwikkeld. Op basis van deze syllabi ontwikkelt Stichting Cito in opdracht van het CvTE de vernieuwde centrale examens. Daar horen ook voorbeeld centrale examens per vak per schoolsoort/leerweg bij, zodat duidelijk is hoe de vernieuwing landt in de centrale examinering.
Voor Nederlands vmbo-gl/tl, moderne vreemde talen vmbo-gl/tl, havo en vwo en wiskunde havo-vwo wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor digitale centrale examinering en op welke termijn. CvTE is verantwoordelijk voor het onderzoek en de uitvoering daarvan.
Leerlingpanels reflecteren op de (tussentijdse) plannen en producten van de teams en vakvernieuwingscommissies. Hierin wordt samengewerkt met het LAKS. In de uiteindelijke conceptkerndoelen en -examenprogramma’s wordt toegelicht hoe de input van leerlingen is verwerkt. Tijdens de gehele fase van beproeven worden leerlingen in de lessen betrokken bij de nieuwe vakinhouden. Hun input wordt meegenomen in de definitieve versie van de conceptexamenprogramma’s en conceptsyllabi.
Elke eindterm in het examenprogramma begint met een doelzin (De leerling…). Vervolgens volgt een uitwerking in maximaal vijf bullets (Het gaat hierbij om:). Beide elementen zijn in regelgeving vastgelegd. Onder de uitwerking volgt een illustratie (Te denken valt aan:). Deze is voorbeeldmatig, bieden inspiratie, maar zijn niet voorschrijvend én niet in regelgeving vastgelegd.
De specificaties vind je in de syllabus, ontwikkeld door het College voor Toetsen en Examens. Deze vind je alleen bij vakken met een school- en centraal examen én alleen voor de inhouden die zijn toegewezen aan het centraal examen (en niet bij inhouden die zijn toegewezen aan het schoolexamen). De specificaties zijn ook vastgelegd in regelgeving en voorschrijvend, en dus niet illustratief zoals de illustraties (Te denken valt aan:).
Lees ook Hoe zijn de eindtermen in een examenprogramma opgebouwd?
Het is van groot belang dat scholen voldoende tijd krijgen om de nieuwe examenprogramma’s en bijbehorende syllabi goed en passend te implementeren in hun onderwijs. Ook in aansluiting met de nieuwe kerndoelen. Daarom heeft het ministerie van OCW in overleg met het veld besloten om met uitzondering van wiskunde vmbo de eerste set programma’s in schooljaar 2029-2030 in te voeren, geen twee, maar drie jaar na oplevering. Dit zijn de examenprogramma's voor de vakken Nederlands, Fries, klassieke talen, moderne vreemde talen, maatschappijleer, wiskunde havo-vwo, gecijferdheid vmbo en vwo en O&O en NLT. De examenprogramma's voor wiskunde vmbo worden als enige ingevoerd in schooljaar 2027-2028.
Schooljaar 2026-2027 dient als een breed voorbereidingsjaar om scholen zo goed mogelijk voor te bereiden op het werken met de nieuwe examenprogramma’s en syllabi. Die periode kunnen scholen gebruiken om een plan te maken over hoe de komende jaren de examenprogramma’s in samenhang met de kerndoelen ingevoerd worden, passend bij de visie, wensen en populatie van de school. Respectievelijk twee (vmbo/havo) en drie (vwo) jaar na de start van het eerste cohort leerlingen dat onderwijs krijgt aan de hand van de nieuwe examenprogramma’s en syllabi worden de eerste centrale examens ‘nieuwe stijl’ afgenomen voor vakken met zowel een school- als centraal examen.
Bekijk de planning en tijdlijn voor de invoering.
Dat verschilt per vak, de actualisatie van de examenprogramma’s vindt namelijk gefaseerd plaats. De examenprogramma’s en syllabi voor wiskunde vmbo gaan gelden in leerjaar 3 van het vmbo vanaf 2027-2028. Leerlingen doen dan twee jaar later, in voorjaar 2029 centraal examen.
De examenprogramma’s van de andere vakken worden ingevoerd vanaf schooljaar 2029-2030. Dat betekent dat ze dan ingaan voor het leerjaar 3 vmbo of leerjaar 4 havo-vwo. Pas twee jaar of drie jaar later bij vwo maken leerlingen centraal examen voor de vakken met een school- en centraal examen.
Bekijk de planning voor de invoering en examinering van de examenprogramma's voor de avo-vakken.
Het ministerie van OCW heeft de definitieve planning gepubliceerd voor de oplevering en invoering van de geactualiseerde examenprogramma’s voor de avo-vakken in de bovenbouw vo. Gecijferdheid voor vmbo staat niet in deze planning, omdat de datum van invoering nog niet definitief is voor dit programma. Dit is afhankelijk van politieke besluitvorming.
Lees hier verder over aan de slag gaan met wiskunde en gecijferdheid op het vmbo.
Bekijk de planning voor de invoering en examinering van alle nieuwe examenprogramma's.
Nee. In de bovenbouw worden de examenprogramma's per vak per schoolsoort ontwikkeld. Dat blijft zo. Leerlingen volgen in hun profiel (verplichte) vakken, die worden afgesloten met een examen (school-/centraal). De behaalde cijfers komen bij het diploma op de cijferlijst te staan. Uiteraard is het aan de school om vakoverstijgend te werken, projecten met eindtermen uit verschillende programma's vorm te geven en ook vakoverstijgend in het schoolexamen op te nemen. We hebben de nieuwe examenprogramma's zo ontwikkeld dat afstemming tussen vakken en samenhang aanbrengen in onderwijs en toetsing mogelijk is. Wel komen er bij wiskunde en kunst andere vakkenstructuren omdat de huidige vakindelingen niet meer voldoen.
De actualisatie van de examenprogramma's heeft geen invloed op de positie, omvang en invulling van het profielwerkstuk. De geldende vereisten zijn en blijven van kracht, zoals beschreven in de Wet voortgezet onderwijs, 2020. Alle informatie is te vinden op: Profielwerkstuk havo en vwo | 2024 | Examenblad.nl.
Tijdens het ontwikkelen van de examenprogramma’s hebben de commissies een tijdsbegrenzing per vak meegekregen: ontwerpruimte. Het is namelijk belangrijk dat het curriculum in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs ambitieus en betekenisvol is, maar ook uitvoerbaar voor iedere leerling en leraar.
Bij het ontwikkelen van het kader ontwerpruimte is gekeken naar een evenredige verdeling van gelijksoortige vakken, zoals profielvak, profielkeuzevak, vak in het gemeenschappelijke deel of vak in het vrije deel. Daarnaast zijn politieke en inhoudelijke wensen meegenomen. Zo kreeg het versterken van lezen, schrijven, rekenen-wiskunde en burgerschap prioriteit, vanuit het masterplan basisvaardigheden (Kamerstuk 31289-593, 2024). Dit betreft dan de vakken Nederlands, wiskunde en maatschappijleer waar extra ontwerpruimte naartoe is gegaan. Op basis van deze uitgangspunten is het kader ontwerpruimte tot stand gekomen.
De huidige studielasturen voor havo en vwo, vastgelegd in wet- en regelgeving, worden aangepast op basis van het kader ontwerpruimte. Gelijktijdig met de invoering van de eerste tranche van de nieuwe examenprogramma’s. Het ministerie van OCW bereidt daartoe een wijziging van regelgeving voor.
Het kader ontwerpruimte of de studielasturen bepalen niet de daadwerkelijke onderwijstijd. Het kader schrijft ook niet voor hoeveel uur er voor elk vak op de lessentabel moet staan. Het is aan de school om een lessentabel te maken die recht doet aan leraren en leerlingen. Het is belangrijk om vanuit de visie van de school keuzes te maken over hoe vakken worden ingericht en hoe er aan de eindtermen gewerkt wordt.
De invoering van de examenprogramma’s is een goed moment om in de school het gesprek te voeren tussen de schoolleiding en vaksecties, mede op basis van de visie van de school in het professioneel statuut en met instemming van de medezeggenschapsraad. SLO ontwikkelt met scholen een handreiking met overwegingen om mee te nemen in het gesprek vanuit het licht van de curriculumherziening.
Lees verder over ontwerpruimte, actualisatie examenprogramma's.
Tijdens het ontwikkelproces zijn de leermiddelen- en toetsmakers steeds meegenomen in de vernieuwing. In september en oktober 2026 worden er daarnaast per vak sessies voor de leermiddelen- en toetsmakers georganiseerd door SLO in samenwerking met College voor Toetsen en Examens en Stichting Cito. Alle leermiddelen- en toetsmakers zijn in het kader van een gelijk speelveld daarvoor uitgenodigd. SLO en CvTE adviseren geen individuele leermiddelen- en toetsmakers.
Bekijk alle data en locaties via de Uitnodiging: uitgeversbijeenkomsten nieuwe examenprogramma’s.
Wil je meer weten over de actualisatie van een specifiek vak? Bekijk dan de vragen per vak: